Menu
Menu
Hoofdstuk 6

Vakantie en verlof

Artikel 30 t/m 33

    1. Het bepaalde in dit artikel geldt als minimumregeling, waarvan het de werkgever vrij staat naar boven af te wijken.
    2. In dit artikel wordt met echtgenoot gelijk gesteld de relatiepartner, zoals bedoeld in artikel 2 sub w.
    3. In dit artikel wordt geregistreerd partnerschap gelijk gesteld met het huwelijk (lid 4 sub a, b en g).
    4. Indien de werknemer op de desbetreffende dag of dagen ongeacht het aantal uren arbeid zou moeten verrichten, wordt buitengewoon verlof met behoud van salaris verleend:

      a. bij huwelijk van de werknemer gedurende 3 aaneengesloten dagen, te weten de dag waarop de huwelijksvoltrekking plaatsvindt, alsmede een of twee dagen hieraan voorafgaand of hierop volgend;

      b. bij ondertrouw van de werknemer, 1 dag;

      c. bij huwelijk van bloed- en aanverwanten in de eerste en tweede graad, 1 dag;

      d. bij bevalling van de echtgenote, 10 dagen;

      e. bij overlijden van de echtgenoot (echtgenote), bloed en aanverwanten in de eerste graad, broer en zus: van de dag van het overlijden tot en met de dag der begrafenis of crematie;

      f. bij de begrafenis of crematie van bloed- en aanverwanten in de tweede graad, niet zijnde broer of zus, 1 dag;
      Deze tijd is drie dagen, indien de werknemer is belast met de regeling van de begrafenis of crematie van bloed- en aanverwanten in de tweede graad;

      g. op het 25-, 40- of 50-jarige huwelijksjubileum van de werknemer, bloedverwanten in de eerste graad, 1 dag;

      h. bij uitoefening van de kiesbevoegdheid of bij het vervullen van andere burgerlijke verplichtingen, voor zover daarvoor door de overheid geen vergoeding wordt verleend, gedurende de daarvoor benodigde tijd;

      i. bij noodzakelijke medische behandeling, gedurende de daarvoor benodigde tijd indien de werknemer de daarvoor dichtstbijzijnde hulpverlener heeft geconsulteerd (tenzij doorverwezen wordt naar een verder afgelegen hulpverlener). De parttime werknemer dient zoveel mogelijk in eigen tijd de (noodzakelijke) medische behandeling te ondergaan;

      j. bij verhuizing, eenmaal per jaar 1 dag;

      k. als de werknemer als kaderlid van de werknemersorganisatie FNV Zorg en Welzijn of CNV Zorg en Welzijn waarvan zij lid is:
      - vakbondsactiviteiten verricht, zoals het bijwonen van cao-overleggen, pensioen overleggen (PMA) en (eigen) kadervergaderingen;  gedurende de daarvoor benodigde tijd. 
      De vakbondsfaciliteiten mogen de normale voortgang van het bedrijf niet schaden.
      De werkgever kan de kosten voor deze werkzaamheden / de gemaakte (rooster)uren declareren bij de Stichting Bedrijfsfonds Apotheken (SBA). Reeds vergoede kosten zoals vacatiegelden, worden buiten beschouwing gelaten.

      l. voor het door leden van de bij deze Cao betrokken werknemersorganisaties volgen van scholing en vormingscursussen op vakbondsinstituten, van één cursus van maximaal 3 dagen per jaar, met een maximum van 3 leden per apotheek, behoudens bijzondere omstandigheden zulks ter beoordeling van de werkgever.
    5. a. de graad van bloedverwantschap wordt bepaald door het getal der geboorten, die de bloedverwantschap hebben veroorzaakt. Hierbij telt een erkenning, een wettiging of een adoptie als geboorte;

      b. door huwelijk ontstaat tussen de ene echtgenoot en een bloedverwant van de andere echtgenoot aanverwantschap in dezelfde graad als er bloedverwantschap bestaat tussen de andere echtgenoot en diens bloedverwant;

      c. met huwelijk wordt gelijkgesteld geregistreerd partnerschap;

      d. in onderstaand schema worden de graden van bloed en aanverwantschap overzichtelijk uitgebeeld:

        betrokkene
      1e graad moeder/vader - dochter/zoon
      2e graad grootmoeder/grootvader - zuster/broer - kleindochter/kleinzoon
      3e graad tante/oom - nicht/neef 
  • Indien de werknemer op de desbetreffende dag of dagen arbeid zou moeten verrichten, wordt verlof met behoud van salaris verleend voor de noodzakelijke verzorging door de werknemer zelf in verband met ziekte van de echtgenoot (echtgenote), relatiepartner, bloed- en aanverwanten in de eerste en tweede graad, een kind van de relatiepartner, pleegkinderen en pleegouders, degene die (zonder dat er sprake is van een arbeidsrelatie) deel uitmaakt van de huishouding van de werknemer of degene met wie de werknemer anderszins een sociale relatie heeft voor zover de te verlenen verzorging rechtstreeks voortvloeit uit die relatie en redelijkerwijs door de werknemer moet worden verleend, gedurende 10 dagen per jaar. Deze bepaling geldt voor deeltijd medewerkers naar rato van de contractuele arbeidsduur.

    1. De werknemer heeft recht op vakantie met behoud van salaris (voor de berekening van het aantal vakantie uren per jaar wordt uitgegaan van een vakantiedag van 7,2 uren):
      a. 172,8 vakantie uren per jaar, ongeacht de leeftijd van de werknemer;
      b. 180 vakantie uren per jaar indien de werknemer 45 jaar of ouder;
      c. 187,2 vakantie uren per jaar indien de werknemer 55 jaar of ouder is;
      d. 194,4 vakantie uren per jaar indien de werknemer 60 jaar of ouder is.
    2. Voor de berekening van de vakantie wordt het jaar gerekend van 1 januari tot en met 31 december en wordt uitgegaan van een 36-urige werkweek.
      De werknemer die deeltijd werkt heeft recht op vakantie met behoud van salaris naar rato van de contractuele arbeidsduur.
    3. De berekening van de opbouw van de vakantie geschiedt naar rato van de exacte datum van indiensttreding in enig jaar.
    4. De vakantie dient - met uitzondering van de vakantie uren, die het in artikel 7:634 BW bedoelde minimum te boven gaan - te worden opgenomen binnen zes maanden na de laatste dag van het kalenderjaar waarin de aanspraak is verworven. De vakantie uren die het in artikel 7:634 BW bedoelde minimum te boven gaan verjaren vijf jaar na de laatste dag van het kalenderjaar waarin de aanspraak is verworven.
    5. In afwijking van het bepaalde in lid 4, kan in onderling overleg worden overeengekomen dat vakantie uren die het in artikel 7:634 BW genoemde minimum niet te boven gaan, ook na de vervaldatum van zes maanden kunnen worden opgenomen.
    6. De werknemer, die door omstandigheden buiten haar wil redelijkerwijs niet in staat is haar toekomende vakantie uren geheel of gedeeltelijk op te nemen, wordt in de gelegenheid gesteld deze alsnog, op een in overleg met de werkgever vast te stellen later tijdstip, op te nemen.
    7. Het bepaalde in de twee voorgaande leden laat onverlet het recht van de werknemer om de vakantie uren, die het in artikel 7:634 BW bedoelde minimum te boven gaan, aan te wenden als inleg ten behoeve van de Levensloopregeling.
    8. De werknemer heeft het recht om van de haar toekomende vakantie uren tenminste 21 dagen aaneengesloten op te nemen om te voorkomen dat de zaterdag voorafgaand aan de vakantie ingeroosterd wordt. Voorts zal rekening worden gehouden met de wensen van de werknemer met betrekking tot het inroosteren van de werkzaamheden aaneensluitend aan de vakantie.
    9. De tijdstippen van aanvang en einde van de vakantie worden door de werkgever, overeenkomstig de wensen van de werknemer, vastgesteld, tenzij gewichtige redenen zich daartegen verzetten. Indien de werkgever niet binnen twee weken nadat de werknemer haar wensen schriftelijk aan de werkgever heeft kenbaar gemaakt, schriftelijk aan de werknemer de gewichtige redenen heeft aangevoerd, is de vakantie vastgesteld overeenkomstig de wensen van de werknemer.
    10.  De werknemer heeft het recht om van de haar toekomende vakantie uren ten hoogste 8 dagen als snipperuren op te nemen.
    11.  De werknemer moet in de gelegenheid worden gesteld de vakantie uren waarop zij volgens deze regeling recht heeft en die door haar niet zijn aangewend voor het doeleinde, zoals omschreven in lid 7 van dit artikel, op te nemen alvorens de arbeidsovereenkomst eindigt.
    12.  Indien bij het einde van het dienstverband, de niet genoten vakantie uren, zoals bedoeld in het voorgaande lid, niet kunnen worden opgenomen, worden de desbetreffende vakantie uren vergoed door uitkering van een uur salaris, vermeerderd met vakantietoeslag, voor elk niet genoten uur.
    1. De werknemer heeft recht op een vakantietoeslag van 8% van het maandsalaris met inbegrip van eventuele toeslagen, vergoedingen als genoemd in de artikelen 15, 22 lid 6, 23 leden 4 en 5, 24 lid 8 en 25 lid 8 dan wel toeslagen toegekend door de Adviescommissie Arbeidsvoorwaarden. Over de levenslooptoeslag wordt eveneens vakantietoeslag berekend. Voor de berekening van de vakantietoeslag wordt het jaar gerekend van 1 juni tot 1 juni.
    2. De vakantietoeslag zal worden uitbetaald uiterlijk in de maand mei, tenzij de dienstbetrekking eerder beëindigd wordt.
    3. Indien de werknemer de dienst verlaat vóór de uitkeringsdatum, wordt op basis van het in lid 1 bedoelde maandsalaris de vakantietoeslag naar evenredigheid berekend.