Menu
Menu
Hoofdstuk 7

Secundaire arbeidsvoorwaarden

Artikel 34 t/m 39

  • De werkgever kan werkkleding ter beschikking stellen. De kosten verbonden aan bewassing en onderhoud van deze kleding komen ten laste van de werkgever.

  • Aan de werknemer zal een vergoeding worden verleend voor de kosten verbonden aan een warme maaltijd indien de desbetreffende werknemer, als gevolg van haar opgedragen dienst ‘s avonds, niet de mogelijkheid heeft, mede gelet op de benodigde reistijd, thuis een warme maaltijd te gebruiken. De werknemer dient de bescheiden over te leggen waaruit het bedrag per vergoeding kan worden vastgesteld, echter met een maximum dat als volgt zal worden vastgesteld: het geldende prijsindexcijfer van het Centraal Bureau voor de Statistiek, dat jaarlijks per januari door partijen wordt vastgesteld en bekendgemaakt.*

    *  De maaltijdvergoeding bedraagt:
    per 1 januari 2017 maximaal € 17,78
    per 1 januari 2018 € 18,17 en en per 1 januari 2019 € 18,49. 

  • De werkgever stelt de werknemer in staat om scholing te volgen die noodzakelijk is voor de uitoefening van haar functie en, voor zover dat redelijkerwijs van haar kan worden verlangd, voor het voortzetten van de arbeidsovereenkomst indien de functie van werknemer komt te vervallen of zij niet langer in staat is deze te vervullen. De hoogte van het budget, de voorwaarden voor de besteding en de terugbetalingsregeling zijn opgenomen in de Uitvoeringsregeling Studiekosten opgenomen in bijlage 6.

  • De werkgever is verplicht voor de werknemers die op 1 januari 2012 deelnamen in de levensloopregeling, indien dit wettelijk mogelijk is, deze levensloopregeling open te houden en deze werknemers aan de levensloopregeling te laten deelnemen.

    1. De werknemer heeft tegenover de werkgever aanspraak op een belastingvrije reiskostenvergoeding indien de afstand woon-werkverkeer 5,1 kilometer of meer bedraagt. De belastingvrije reiskostenvergoeding bedraagt vanaf 1 juli 2008 € 0,19 per kilometer voor de afstand woon-werk met een maximum van 35 kilometer enkele reisafstand.
    2. Indien de werknemer per openbaar vervoer reist, kunnen de feitelijke kosten van het openbaar vervoer vergoed worden indien de afstand woon-werkverkeer 5,1 kilometer of meer bedraagt en hiervoor de vervoersbewijzen worden overlegd. 
    3. De werknemer krijgt geen reiskostenvergoeding indien de werknemer beschikt over een dienstauto dan wel een dienstfiets die in eigendom is van de werkgever.
  • a. De werkgever stelt de werknemer die lid is van een vakbond in staat om gebruik te maken van de mogelijkheden die de fiscus biedt tot een belastingvrije vergoeding van (een deel van) de vakbondscontributie. De werkgever zal deze vergoeding ten laste van de Werkkostenregeling brengen.

    b.Deze regeling wordt als volgt uitgevoerd:
    - De werknemer betaalt de contributie zelf rechtstreeks aan de vakbond;
    - De aanvraag moet jaarlijks vóór 1 november ingediend worden en de vergoeding wordt gelijk met de salarisbetaling over december van dat jaar uitgekeerd.