Menu
Hoofdstuk 3

Salarissen en uitkeringen

Artikel 6 t/m 12

    1. Behoudens afwijkingen, die elders in deze cao worden voorgeschreven of toegelaten, is het salaris per maand op basis van een werkweek van 36 arbeidsuren voor een werknemer overeenkomstig de tabellen in bijlage 1.
    2. De werkgever bepaalt op basis van de functie van de werknemer welke salarisschaal van toepassing is. Als door verhoging van het wettelijk minimumloon bedragen in de tabellen van bijlage 1 onderhet wettelijk minimumloon uitkomen, dient minimaal het wettelijk minimumloon te worden betaald.
    3. Het functiewaarderingssysteemis op basis van de methode Bakkenist-MNT. Op de werknemer is van toepassing het Protocol Beschrijven en Herwaarderen van Functies,welk protocol in bijlage 5 behorend bij deze cao is opgenomen.
    4. Voor werknemers van 15, 16 of 17 jaar zijn de jeugdschalen van toepassing, tenzij de werknemer student BBL is of een diploma van apothekersassistent bezit. In dat geval dient volgens de functionele schaal ingeschaald te worden.
    5. De in bijlage 1 genoemde salarissen zijn standaard salarissen, dit wil zeggen dat er noch naar boven noch naar beneden van deze salarissen mag worden afgeweken, tenzij bepalingen in deze cao uitdrukkelijk afwijkingen toestaan.
    6. Het in bijlage 1 genoemde salaris wordt evenredig verminderd bij een werkweek die korter is dan de normale werkweek van 36 arbeidsuren als bedoeld in artikel 15, behalve in geval van toepassing van de uitgebreide seniorenregeling.
    7. Het in bijlage 1 genoemde salaris wordt evenredig verhoogd bij een werkweek die op grond van het in artikel15 bepaalde 40 arbeidsuren bedraagt.
    8. De werkgever zal aan de werknemer bij iedere betaling van salaris en vergoedingen een specificatie verstrekken.
    9. Bij een 12 ½-, 25-, en 40-jarig dienstverband, zal door de werkgever een jubileumuitkeringworden verstrekt van respectievelijk 1/4, 1/2 en een heel maandsalaris. De gratificatievan het 25-en 40-jarig dienstverband is ingevolge de belastingwetgeving niet belast en vrij van sociale premies. Bij het berekenen van de duur van hetdienstverband geldt uitsluitend de diensttijddoorgebracht bij dezelfde werkgever. Indien er sprake is van opvolgend werkgeverschap worden de dienstverbanden bij de verschillende werkgevers als één geheel aangemerkt. Bij bepalen van de diensttijd voor de jubileumuitkering in dit artikel telt ook mee de periode waarin werknemer arbeidsongeschikt was.
    1. De werknemer heeft recht op een vakantietoeslag van 8% van het maandsalaris met inbegrip van eventuele toeslagen, vergoedingen als genoemd in de artikelen 22 lid 5en 6, 23 lid 2, 3 en 4, 24 lid 7 en 8, 25, 26, 27, 29 lid 8, 36 lid 5 en 6, 37 lid 2, 3 en 4, 28 lid 7 en 8 en 41 lid 8 dan wel toeslagen toegekend door de Adviescommissie Arbeidsvoorwaarden.
    2. De vakantietoeslag wordt maandelijks opgebouwd en zal worden uitbetaald uiterlijk in de maand mei van het lopende jaar over de periode 1 juni van het voorliggende jaar tot en met 31 mei van het lopende jaar in welke maand de uitbetaling dus zal plaatsvinden. Indien de arbeidsovereenkomst eerder eindigt dan per 1 juni van enig jaar, zal uitbetaling van de tot dat moment opgebouwde vakantietoeslag op de eindafrekening van het dienstverband plaatsvinden.
    1. De werknemer verkrijgt per dienstjaar overeenkomstigartikel 2 sub w en artikel10een periodiek totdat de maximum periodiek van de betreffendesalarisschaal is bereikt.
    2. De systematiek van lid 1 is niet van toepassing op de situatie waarbij het beoordelingssysteem conform artikel 9 en bijlage 6is ingevoerd. In dat geval is het toekennen van een periodiek afhankelijk van prestaties.
    3. Het beoordelingssysteem is niet van toepassing op een werknemer welke langer dan één jaar arbeidsongeschikt is. Gedurende het eerste jaar van de arbeidsongeschiktheid ontvangt de werknemer één periodiek.
    4. Indien de werkgever het dienstjarenbeginsel conform dit artikel hanteert, dan:
      1. kan de werkgever een werknemer met bijzondere bekwaamheid en/of bijzondere functie,een toeslag op het in bijlage 1 genoemdesalaris geven. De werkgever kan een dergelijke toeslag uitsluitend verlenen na toestemmingvan de Adviescommissie Arbeidsvoorwaarden.
      2. kan de werkgever de toeslag genoemd onder sub a uitsluitend wijzigen of intrekken indien de grond waarop de toeslag is toegekend, is gewijzigd dan wel is komen te vervallen. De werkgever kan de toeslag niet wijzigen of intrekken dan met toestemming van de onder sub a genoemde commissie.
      3. kan de werkgever tijdelijk afwijken van het onder sub a en b bepaalde, indien en voor zover de toeslag van een werknemer is gekoppeld aan een tijdelijke situatie op de werkvloer, zoals een tijdelijke vervangingstoeslag of een toeslag voor tijdelijke extra taken.
    1. Per kalenderjaar kan de werkgever een beoordelingssysteem voor alle werknemers invoeren zoals omschreven in het Protocol Beoordelingssysteem, bijlage 6. Per apotheek of apotheken wordt in overleg tussen werkgever en werknemers afstemming bereikt over het invoeren van dit systeem. Bij invoering van het beoordelingssysteem vervalt het automatisme van verkrijging van een periodiek per dienstjaar zoals beschreven in artikel 8 en 9.Het protocol in bijlage 6geldt als leidraad, waarbij het werkgever en werknemer is toegestaan om met zekere bewegingsruimte het systeem te hanteren om een ́lossere dialoog ́ te creëren.
    2. Het verkrijgen van een periodiek wordt in het beoordelingssysteem afhankelijkgesteld van de prestatiesvan de werknemer. Hierbij gelden de volgende regels:
      1. Indien de werknemer naar het oordeel van de werkgever met in achtneming van bijlage 6 haar functie voldoende of goed heeft vervuld, kent de werkgever aan de werknemer een periodiek toe.
      2. Indien de werknemer naar het oordeel van de werkgever met in achtneming van bijlage 6 haar functiegoed of uitstekend heeftvervuld, kan de werkgever besluiten maximaal twee periodieken toe te kennen.
      3. Indien de werknemer naar het oordeel van de werkgever met in achtneming van bijlage 6 haar functieslecht of onvoldoendeheeftvervuld, kan de werkgever besluiten geen periodiek toe te kennen.
    3. De werkgever kan aan voornoemde drie regels uitsluitend toepassing geven ten aanzien van de werknemer welke voor 1 juli van het betreffendekalenderjaar, waarin de beoordeling plaatsvindt, in dienst is getreden. Bij de toekenning kan het maximum van de van toepassing zijnde periodiek in de salarisschaal worden overschreden met maximaal een periodiek. Indien deze periodiek voor onbepaalde tijdwordt gegeven is toestemming vereist van de Adviescommissie Arbeidsvoorwaarden. De periodiek voor bepaalde tijdvan maximaal één jaar kan zonder toestemming van de Adviescommissie Arbeidsvoorwaarden gegeven worden.
    4. Indien de werkgever het beoordelingssysteem niet per kalenderjaar invoert, blijfthet automatisme van het verkrijgen van een periodiek per dienstjaar onverkort gelden zoals beschreven in artikel 8en 10.5.Het beoordelingssysteem is niet van toepassing op een werknemer die langer dan één jaar arbeidsongeschikt is. Gedurende het eerste jaar van de arbeidsongeschiktheid ontvangt de werknemer één periodiek.
    1. Bij overgang van een werknemer uit deapotheek van een apotheekhoudend arts of uit een openbare apotheek buiten Nederland, naar een apotheek van een apotheker, kan de werkgever de diensttijd, doorgebracht bij een apotheekhoudend arts en/of in een openbare apotheek buiten Nederland, delen door 2. Indien de werkgever de diensttijd halveert, zal de werknemer echter daarna voor elke periode van 6 maanden die werknemerin de apotheek heeft gewerkt, één dienstjaar toegerekend krijgen, tot werknemerhet aantal dienstjaren heeft bereikt dat werknemerbij het achterwege laten van de halvering zou hebben bereikt.
    2. De in lid 1 vermelde mogelijkheid van halvering van dienstjaren dient niet plaats te vinden indien de werkgever de apotheekpraktijk van een apotheekhoudend arts overneemt en de desbetreffende bij de arts in dienst zijnde werknemer bij de werkgever in dienst treedt.
    3. Het eerste jaar van arbeidsongeschiktheid telt mee als dienstjaar. De periode na één jaar arbeidsongeschiktheid wordt niet beschouwd als diensttijd voor zolang de werknemer nog arbeidsongeschikt is.
  • De werknemer heefttegenover de werkgever recht op deelname aan de pensioenregeling zoals uitgevoerd door de stichting Pensioenfonds Medewerkers Apotheken. Wanneer de werknemer bij indiensttreding niet, dan wel niet volledig, voldoet aan de voorwaarden voor deelname aan de pensioenregeling wordt de werknemer hierover binnen één maand schriftelijkgeïnformeerd door de werkgever. Daarbij wordt tevens aangegeven of, en welke diensttijd pensioengevend wordt wanneer in de toekomst aan de voorwaarden voor deelname wordt voldaan.

    1. Aan de arbeidsongeschikte werknemer betaalt werkgevertijdens de arbeidsongeschiktheid:
      1. gedurende het eerste tijdvak van (maximaal) week 1 t/m 26 een aanvulling tot 100% van het laatstverdiende bruto maandsalaris;
      2. gedurende het tweede tijdvak van (maximaal) week 27 t/m week 52 een aanvulling tot 90% van het laatstverdiende brutomaandsalaris;
      3. gedurende het derde tijdvak van (maximaal) week 53 t/m week 78 een aanvulling tot 80% van het laatstverdiende bruto maandsalaris;
      4. vanaf week 78 t/m het einde van de loondoorbetalingsplicht een aanvulling tot 70% van hetlaatstverdiende bruto maandsalaris.
    2. De werknemer ontvangt bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid het loon over het percentage arbeidsongeschiktheidgelijk aanhet loon uit lid 1. Over de overige uren krijgt de werknemer 100% van het loon.
    3. Indien de werknemer na beëindiging van de arbeidsongeschiktheid de werkzaamheden heeft hervat en binnen een termijn van vier weken na deze hervatting opnieuw arbeidsongeschikt wordt, zal de tweede arbeidsongeschiktheid voor de duur van de aanvullende uitkering als een voortzetting van de eerste worden beschouwd.