Menu
Menu
Hoofdstuk 2

De arbeidsovereenkomst

Artikel 3 t/m 5

    1. De arbeidsovereenkomst met de werknemer wordt schriftelijk aangegaan, waarbij de door partijen 1. De arbeidsovereenkomst met de werknemer wordt schriftelijk aangegaan, waarbij de door partijen aan deze collectieve arbeidsovereenkomst gehechte modelarbeidsovereenkomst in bijlage 1, 2 of 3 zal worden gevolgd.
    2. Zij wordt in tweevoud opgemaakt; beide exemplaren worden door de werkgever en de werknemer ondertekend.
    3. Onmiddellijk na het aangaan van de arbeidsovereenkomst wordt door de werkgever één van deze exemplaren aan de werknemer verstrekt, alsmede een exemplaar van de Cao. De Cao kan eveneens digitaal aan de werknemer worden verstrekt.
    4. De werkgever zal de werknemer van iedere wijziging in de Cao middels een exemplaar van de nieuwe tekst, of van de wijziging hierin, in kennis stellen.
  • 1. De arbeidsovereenkomst eindigt:

    a. van rechtswege, wanneer de bepaalde tijd, waarvoor de arbeidsovereenkomst is aangegaan, is verstreken;

    b. met wederzijds goedvinden op het door werkgever en werknemer overeengekomen tijdstip;

    c. door opzegging door werkgever of werknemer met inachtneming van de wettelijke bepalingen en een opzegtermijn van tenminste één maand, tenzij op grond van artikel 7:672 Burgerlijk Wetboek een langere opzegtermijn in acht dient te worden genomen;

    d. door eenzijdige beëindiging tijdens de proeftijd als bedoeld in artikel 7:652/676 Burgerlijk Wetboek;

    e. door ontslag op staande voet wegens dringende redenen voor de werkgever of de werknemer, volgens de bepalingen van artikel 7:678 en 7:679 Burgerlijk Wetboek;

    f. op de eerste van de maand nadat de werknemer de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt, dan wel door opzegging door de werknemer met inachtneming van een opzegtermijn van drie maanden, indien de werknemer gebruik maakt van de pré-pensioenregeling;

    g. twee jaar na de aanvang van de arbeidsongeschiktheid die sindsdien onafgebroken heeft geduurd, met inachtneming van sub c van dit artikel, tenzij de werkgever beslist de arbeidsovereenkomst ook na deze datum te doen voortduren, dan wel binnen deze twee jaar indien de werknemer aantoonbaar niet meewerkt aan haar re-integratie;

    h. door overlijden van de werknemer;

    i. door ontbinding door de rechter op grond van artikel 7:671b, 7:671c of 7:686 Burgerlijk Wetboek wegens gewichtige redenen dan wel wegens wanprestatie.

    2. Opzegging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever of de werknemer kan slechts geschieden vóór de eerste dag van een kalendermaand, schriftelijk en onder opgave van redenen.

    1. De uitzendkracht die een functie uitoefent zoals genoemd in artikel 6, heeft recht op de in artikel 6 genoemde salarissen, alsmede op de vergoedingen zoals genoemd in de artikelen 14, en 22 tot en met 26.
    2. De werkgever dient zich ervan te vergewissen dat de uitzendwerkgever op de ingeleende uitzendkracht de in deze Cao vermelde salarissen en vergoedingen toepast.
    3. De werkgever stelt uitsluitend uitzendkrachten te werk die in dienst zijn bij een uitzendbureau dat beschikt over een NEN-certificering en is ingeschreven in het register van de Stichting Normering Arbeid.